Geografie van goed en kwaad | Recensie Andreas Kinneging [goodreads]


Wat een vreselijk onsamenhangend gebrabbel. Dit is een luie compilatie van eerder gepubliceerde teksten, waardoor Kinneging in de letterlijke herhaling valt. Voorbeelden van gekopieerde lappen tekst zijn: 369 en 340; 130-33 en 450-451, en vele citaten, waardoor de tekst een drammerige toon krijgt (“order is the first need of all,” Hobbes life as “solitary, poor, nasty, brutish and short” etc). En dan dat monoloog van Tocqueville dat meerdere pagina's beslaat, twee keer opgenomen in de tekst (417-19 en 485-6; weliswaar in andere volgorde geknipt). Tja, zo kan ik ook 487 pagina's vullen. Beetje respect voor het geheugen (en de tijd) van je lezers Kinneging! Ik verkeerde in een constante staat van déjà vu. De vermeende "acribie" (K., p.13) van Chris Rutenfrans, die het manuscript zou hebben gelezen en gecorrigeerd, is ver te zoeken.

Zou de auteur deze woordenstroom zelf eigenlijk wel hebben herlezen, alvorens het te publiceren? Ik betwijfel het. Dan was het hem misschien opgevallen hoe stupide, zelfgenoegzaam en oppervlakkig het gros ervan is. Die bijvoeglijke naamwoorden gebruikt hij overigens om de Verlichting en Romantiek te omschrijven. Waarom? Geen idee. Harde argumentatie ontbreekt. Het wemelt daarentegen van de sweeping statements (die in een boze recensie wellicht een plek hebben maar niet in een pil van 487 pagina’s). Vele stellingen zijn zeer kort door de bocht en missen diepgaande, argumentatieve onderbouwing. Voorbeeld: “de pseudo-kennis die [de sociale] ‘wetenschappen’ genereren, zijn in niets te onderscheiden van de ‘inzichten’ van de astrologie” (p.467). Zo’n sneer doet het goed op de radio of bij een talkshow. Maar in een boek dien je de ruimte te nemen om het daarna zorgvuldig te onderbouwen, als je streven tenminste is om daadwerkelijk een punt te maken — en van dat streven ging ik uit, aan de hand van de ambitieuze titel ‘geografie van goed en kwaad’.

Oké, ik zal even mijn best doen. Welk punt probeert K. te maken? Volgens K. moeten we terug (zelden een goed idee) naar het antieke denken, naar de Oudheid, het christendom. Naar welke ideeën dan zoal? Leuk voorbeeld: de vrouw is het zwakkere geslacht en behoeft bescherming van de man. Aldus K., in een hoofdstuk over wat een goed, traditioneel huwelijk maakt. Een goed huwelijk (tussen man en vrouw trouwens) is hiërarchisch, want:

"Er kan maar één kapitein op een schip zijn. Vandaar dat het aan de man is om, 'when all is said and done' en de stemmen staken, te besluiten wat te doen en waarheen te gaan, en aan de vrouw om hem gehoorzaam te volgen." (203).

Heerlijk wanneer seksisten zo onverbloemd te werk gaan. Goed, ‘when all is said and done’ werd ik er ook wel verdrietig van. Ik zou nog liever verdrinken dan een man deze hubris toestaan om eenzijdig een koers te bepalen. Weg van dat roer, vlerk! Waarom ik deze recensie eigenlijk schrijf? Ik ben het zat, die megalomane mannen, vooral zij die pretenderen het te doen ter bescherming van de vrouw.

Ik heb werkelijk mijn best gedaan me in te leven in K.’s boodschap. Waarom? Toegegeven, ik heb dingen geleerd. Over een conservatieve kijk op de Franse Revolutie bijvoorbeeld. Hmm. Nu ik erover nadenk, heb ik vooral geleerd over de overtuigingen van meer megalomane mannen, zoals monarchisten en aristocraten. Nou ja. Bovenal heb ik inzicht gekregen in het conservatieve mensbeeld. Samenvatting: wij mensen zijn tot het kwade geneigd. Daarom zijn een degelijke opvoeding en disciplinerende instanties (zoals gevangenissen) van groot belang. Daarnaast zijn wij mensen onherroepelijk ongelijk aan elkaar. In de hiërarchie ("inherent aan de aard der dingen"; p.213, wat dat ook moge betekenen) staan uiteraard de Kinnegings — witte, rijke, Europese, belezen mannen — bovenaan. Zij dienen wel goede herders van hun schapen te zijn (p.204). Schaapachtig lees ik maar verder.

K. richt zijn boek tot een bepaald slag mens, zoals ook blijkt uit het volgende citaat: "voor wie, zoals wij westerlingen van deze tijd, is geboren en getogen in een moderne samenleving, is het niet eenvoudig de premoderne mens en samenleving te begrijpen" (403). Deze premoderne schepsels leven nu trouwens. K. stelt: "Wat de toepassing van de term 'premodern' op hedendaagse mensen en samenlevingen rechtvaardigt, is dat ze in vele en wezenlijke opzichten nog lijken op de mens en samenleving van het oude, verdwenen Europa" (402). Moet ik nog uitleggen waarom deze ideeën achterhaald en walgelijk zijn? Wie mij beticht van 'cherrypicking' of uit zijn context rukken van citaten, raad ik aan zelf maar eens deze bundel losse flodders te lezen. Ha, ik zie ineens de klassieke roedenbundel voor me, gelukkig ontbreekt het deze aan slagkracht.

En dan dat vermoeiende Latijnse gekakel. Baudet was trouwens een leerling van K. Nee, dit boek is niet voor iedereen maar voor een bepaald slag mens, waar ik klaarblijkelijk niet toe behoor. Dus ik vrees dat dit het eerste en laatste is dat ik lees van deze laudator temporis acti — pardon, deze man die enkel in staat is de hielen van zijn voorgangers te likken en zich niet waagt aan ook maar een enkele kritische, originele gedachte.

Ik, zelfs als zwakke, jonge vrouw, zou liever in een anarchistische dystopie leven dan in de wereldorde die K. voor ogen heeft. Sterker nog, ik krijg er steeds meer zin in. Revolutie! Breken is bouwen! Ik kon me vinden in deze omineuze alinea, over de Franse Revolutie, waarin volgens K. (en Tocqueville) de menselijke geest zijn evenwicht volledig verloor:

“‘Hij wist niet langer waaraan zich vast te houden, noch waar te stoppen en men zag revolutionairen van een onbekende soort verschijnen, die op het dwaze af vermetel waren, zich over geen enkele vernieuwing verbaasden, door geen scrupules gehinderd werden en nooit aarzelden een plan uit te voeren.’ Deze lieden hebben de gehele maatschappij op haar kop gezet. En hun soort is niet met het mislukken van de Revolutie verdwenen. Ze leven onder ons, wachtend op hun kans.” (p.440)

Mwuhaha! 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Dierenleed en onze morele schuld | Recensie Martha Nussbaum (iFilosofie #72)

A philosophical box of chocolates | Interview with Chiara Robbiano