Samenleven met Dieren | Recensie Donaldson & Kymlicka (iFilosofie #72)
Op dit moment leven er in Nederland ongeveer 850 000 schapen, 11 400 000 varkens, 3 800 000 koeien en 99 900 000 kippen (CBS, 2021). Tijdens de coronacrisis piekte het aantal huisdieren in Nederland, waardoor bijna de helft van de huishoudens nu minstens één huisdier heeft (Dibevo, 2021). In het wild leven er meer dan 40 000 verschillende diersoorten (Naturalis, 2023). Vaak gaat filosofie over de mens, maar met wie delen wij eigenlijk deze planeet? Hoe kunnen we samenleven met al deze dieren op een rechtvaardige manier? In Zoöpolis: een politieke theorie over dierenrechten gaan Sue Donaldson en Will Kymlicka in op deze vraag, die maar al te weinig wordt gesteld.
Oorspronkelijk gepubliceerd in 2011, is Zoöpolis nu voor het eerst naar het Nederlands vertaald. De auteurs, twee Canadese filosofen, zijn met elkaar getrouwd en leven allebei veganistisch. Sue Donaldson publiceerde eerder een veganistisch kookboek, Foods That Don't Bite Back (2003). Will Kymlicka schreef vóór Zoöpolis over burgerrechten voor minderheden in een multiculturele samenleving. Het lijkt een bijzondere stap om ineens over dierenethiek te schrijven, maar in feite past Kymlicka nu zijn ideeën over burgerrechten toe op dieren. De auteurs zijn kritisch over de gebruikelijke denkkaders van de dierenrechtenbeweging, die vaak niet verder gaan dan het recht op bescherming tegen het lijden dat zij ervaren door toedoen van de mens. Wie niet gelooft dat dieren bewuste wezens zijn die pijn kunnen lijden, kan beter eerst beginnen met een ander boek in de dierenethiek. Zoöpolis zet een stapje verder. Dierenrechten gaan niet alleen over het recht om niet gedood te worden, maar ook over het recht op gezondheidszorg en het recht op grondgebied.
De rijkheid aan voorbeelden maakt de anders vrij droge (en lange) academische tekst een stuk leesbaarder. De tekst zit vol met deelconclusies, waardoor die soms repetitief dreigt te worden, maar de argumenten zijn goed te volgen en in de kern eenvoudig, waardoor de tekst toegankelijk is voor een (geduldig) niet-academisch publiek. De auteurs schetsen een wereld 13 waarin mens en dier rekening houden met elkaar omdat ze deel uitmaken van dezelfde politieke gemeenschap. Hoe ziet een gezonde relatie met onze mede-aardbewoners eruit? Allereerst is het een relatie van gelijkheid, niet tussen meester en slaaf of producent en grondstof. Daarnaast zijn er verschillende gemeenschappen van dieren, met meer of minder contact met mensen en dus een andere politieke status. De auteurs bespreken drie soorten dieren in relatie tot mensen: gedomesticeerde, wilde en liminale dieren.
Gedomesticeerde dieren
Gedomesticeerde dieren hebben we oorspronkelijk uit het wild in onze samenleving binnengebracht. We lieten ze selectief voortplanten en maakten ze van ons afhankelijk. Het zijn huisdieren, maar ook boerderijdieren. Omdat we ze bewust deel maakten van onze samenleving, dragen we nu verantwoordelijkheid. Vooralsnog leven ze vaak als een grotendeels onzichtbare lagere kaste, in de meest extreme situaties als complete slaaf van de mens. Om dieren te bevrijden van deze positie van onderdrukking, kunnen we ze burgerrechten geven. De auteurs redeneren dat bij mensen de hiërarchie slaaf-slavenhouder ook alleen kon instorten toen tot-slaaf-gemaakten burgerrechten kregen, omdat ze daardoor medelidmaatschap van de maatschappij kregen. Voorbeelden van rechten die gedomesticeerde dieren zouden krijgen zijn recht op zorg, recht op bescherming van roofdieren en recht op gebruik van publieke ruimtes. Dit betekent niet dat honden ineens alle cafés onder mogen plassen en loeiende koeien welkom zijn in de bioscoop. Naast rechten houdt burgerschap ook plichten in: het is een coöperatieve relatie. Huisdieren moeten gesocialiseerd zijn om goed te kunnen leven in 14 niet verder mogen uitbreiden’ (p. onze samenleving. Honden moeten getraind worden om niet mensen te bijten.
Het hoofdstuk over gedomesticeerde dieren (5) klinkt soms nogal utopisch. Publieke gezondheidszorg voor dieren? In een gesprek met Kymlicka grapte de interviewer dat een rechtvaardig land als Canada degelijke gezondheidszorg voor dieren zal krijgen voordat de Verenigde Staten het voor mensen krijgen (Carnegie Council, 2014). De vraag is: hoe ver moeten we gaan in het behandelen van huisdieren als personen, terwijl zoveel mensen niet eens als persoon worden behandeld? Daarnaast is het gemak waarmee mensen grote bedragen uitgeven aan medische ingrepen voor hun geliefde huisdier niet te rijmen met de massale verkrachting, verminking en slachting van industriedieren. De auteurs geven op dit laatste een optimistisch weerwoord. De liefde die mensen voor hun huisdieren voelen, kan gezien worden als een stap in de juiste richting. Ze zien hun huisdier als subject, als individueel persoon. Dit gevoel hoeft alleen nog maar te worden uitgebreid naar andere dieren (en mensen).
Wilde en liminale dieren
Er zijn ook dieren die niet onder de volledige controle van mensen staan, bijvoorbeeld dieren in het wild. De auteurs bespreken deze diverse groep aan de hand van veel voorbeelden, wat een genuanceerd, overtuigend beeld geeft. Veel gebieden waar wilde dieren leefden, hebben we gekoloniseerd en ‘ontwikkeld’ voor ons gebruik. De auteurs pleiten voor de bescherming van de resterende gebieden, door middel van het verlenen van soevereiniteitsrechten aan dieren. De auteurs noemen, haast terloops, dat dit effectief betekent dat ‘we de huidige menselijke bebouwing 348). We moeten dieren zo veel mogelijk met rust laten, maar we kunnen wel bijvoorbeeld een interventie doen om een uitbraak van een bepaalde ziekte te voorkomen of het ecosysteem te beschermen. ‘Het wild’ is een lastig concept, omdat het grootste deel van de planeet op de een of andere manier beïnvloed wordt door mensen – zo niet de hele planeet, als 15 je rekening houdt met klimaatverandering. De invloed van de mens reikt ver, zo ook onze verantwoordelijkheden.
De grens tussen wilde en niet-wilde dieren is vaag. Hoe zit het met de vele dieren die al binnen de menselijke bebouwing leven? Die zijn niet geheel wild, maar ook niet gedomesticeerd. Deze wezens vallen tussen de categorieën in; ze zijn liminaal. Ze hebben zich aangepast aan de mens en zijn in zekere zin van ons afhankelijk. Het zijn de ratten die ons afval opeten, de duiven op de Dam en de dakloze zwerfkatten die toch nog in de buurt van mensen blijven. Ze zijn veelal onzichtbaar, tot ze worden gezien als probleem, als plaag. We hebben niet het recht om ze massaal uit te roeien, maar ze hebben geen rechten zoals huisdieren die hebben. De auteurs pleiten voor tolerante co-existentie – het zijn ‘ingezetenen’ – in plaats van voor een vorm van volledig medeburgerschap. Ze hoeven zich niet aan te passen aan onze wensen en wij hoeven ze bijvoorbeeld niet te beschermen tegen roofdieren. De vergelijking met de menselijke context is ook in dit deel weer verhelderend. De auteurs plaatsen voortdurend de dilemma's omtrent dieren naast die over mensen. In dit kader bespreken ze bijvoorbeeld arbeidsmigranten en nomadische gemeenschappen.
Dieren als personen
Soms maken Donaldson en Kymlicka extreme vergelijkingen, wat sommige lezers kan afschrikken. Een verbod op huisdieren in restaurants wordt bijvoorbeeld vergeleken met ‘voor joden verboden’. Tegelijkertijd is de vergelijking tussen mens en dier vaak juist het sterkste argument. De auteurs toetsen dierenrechten bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van rechten voor ernstig gehandicapte mensen. Mensen met een handicap die ze verhindert actief te participeren in de samenleving hebben vaak wel een familielid of zorgverlener waar ze enigszins hun wensen aan kunnen communiceren. Zo is het ook mogelijk voor mensen om te communiceren met hun huisdieren over wat hun wensen zijn, bijvoorbeeld wat betreft de voorkeur voor bepaalde brokjes of uitlaatroutes. Dit klinkt misschien simpel, maar het punt is dat communicatie met mensen via taal ook niet altijd lukt, maar we toch geloven in een manier van contact. Waarom dan niet bij dieren? De auteurs gebruiken de vergelijking met mensen ook met betrekking tot het doden van individuele dieren om een ecosysteem in balans te houden (dat überhaupt uit balans is geraakt door de mens, niet door dieren). We zouden nooit ‘mensen doden om de orchidee te redden’, terwijl we herten veel makkelijker zouden opofferen voor het grote goed van een gezond ecosysteem. Net als mensen zijn dieren unieke individuen. En, misschien nog wel belangrijker, zowel mensen als dieren zijn kwetsbare wezens, afhankelijk van de structuren waar ze zich in bevinden. Beide kunnen vanuit hun afhankelijkheid deelnemen aan het vormen van de samenleving.
Een hoopvol toekomstbeeld
In Zoöpolis staat een logische uiteenzetting van de ideeën centraal, wat de tekst geschikt maakt voor geduldige lezers met een interesse in theoretische nuances. De toon van het boek is niet zwaar, maar achter elk argument sluimert de urgentie, de diepe schuld van de mens naar mededieren. In de conclusie roepen de auteurs op tot een nieuwe start, waarbij we onze relaties tot dieren herontdekken, ‘met een frisse blik en zonder de ballast van onze gedeelde, maar grotendeels tragische geschiedenis’. Deze uitgave bevat ook een lovend nawoord van filosoof Michel Vandenbosch, voorzitter van de dierenrechtenorganisatie GAIA (Global Action in the Interest of Animals). Hij sluit af met een optimistische uitnodiging: ‘Zoöpolis snakt naar verdere uitwerking. Iemand die zich geroepen voelt?’
Sue Donaldson en Will Kymlicka, Zoopolis. Een politieke theorie over dierenrechten. Vertaald door Dick Lagrand, Gorredijk: Noordboek, 2022.
Reacties
Een reactie posten